Van onze jongens geen nieuws

auteur: 
Karel strobbe - Peter Serrien - Hans Boers
ISBN nummer: 
9789022329900
uitgeverij: 
Manteau
Body: 

Van onze jongens geen nieuws.jpgEen roadtrip in oorlogstijd Wanneer het Duitse leger in mei 1940 België binnenvalt, krijgen zo'n 300.000 jonge mannen het bevel om het land te verlaten. Zonder te weten waar naartoe en voor hoe lang. De Belgische overheid wil hen als reservesoldaten uit handen van de vijand houden. Te voet, op de fiets of met de trein belanden de jongens in Noord-Frankrijk, opgejaagd door het oprukkende Duitse leger. De meesten zijn nog nooit zo ver van huis geweest. Ze leren er al snel wat oorlog betekent: bombardementen, doodsangst, eindeloze vluchtelingenstromen... Volwassen worden in drie maanden tijd Ongeveer de helft van de jongens wordt vroegtijdig ingehaald door de vijand en komt niet verder dan de Somme. De anderen worden in treinen gezet naar het zuiden van Frankrijk. Daar ontdekken ze de geneugten van 'La douce France': wijn, Franse schoonheden en de heerlijke zomerzon. Maar er is een schaduwzijde, ze krijgen ook af te rekenen met verveling, honger, ziekte en heimwee. Soldaten worden ze nooit. Gefascineerd door de roadtrip van de Belgische rekruten doen drie historici 75 jaar later de reis over. Aan de hand van getuigenissen, dagboeken en andere historische documenten brengen ze dit vergeten oorlogsavontuur van een generatie weer tot leven.

Karel Strobbe, een jonge historicus,  vindt bij toeval de memoires van twee jongemannen die bij het begin van de tweede wereldoorlog het bevel kregen naar het westen te vluchten. Hij vond in het Cegescoma de verhalen van Jef Haesen uit Limburg en een Waalse jongen Georges Henry. Het Cegesoma staat voor het Studie- en documentatiecentrum Oorlog en Maatschappij, dichtbij het Zuidstation te Brussel.

Karel Stobbe klopt met z’n vondst aan bij twee studiegenoten: Pieter Serrien en Hans Boers. Alle drie zijn ze bijzonder geboeid door de tweede wereldoorlog. De vrienden ontdekken dat de memoires van Jaf Haensen en Georges Henry  helemaal geen uitzondering bleken. Zowat 332. 000 Belgische jongeren tussen 18 en 35 jaar kregen vanaf 14 mei ’40 bericht ‘met eigen middelen’ deel uit te maken van een rekruteringsreserve en zich te begeven naar verzamelpunten in Kortrijk, Roeselare, Ieper en Poperinge, om van daaruit verder te vluchten naar Frankrijk, via Rouen tot in Toulouse.

Karel, Pieter en Hans besluiten zelf te tocht te maken. Te voet, stukken per trein, per fiets of kar net zoals de jongemannen in ’40. Ze verzamelen een schat aan anekdotes en straffe verhalen. Hiervoor gaan ze ten rade bij familie van en bij de getuigen van vroeger zelf. Ze brengen onwaarschijnlijke getuigenissen van jonge gasten die voor het eerst met de trein reisden of de zee zagen, maar ook over kanonnenvuur en de gevaren onderweg, over de ‘Belgische kolonie’ in de Midi, het leven van elke dag ,  zoektochten naar eten, vriendschap en overleving. Velen worden tewerkgesteld bij boeren in Frankrijk, aan 5 frank per dag.
De uitstroom van deze vluchtelingen werd ook begeleid door de jeugdbewegingen en de scholen van toen: de Scouts, de KLJ, de leraarpriesters uit de colleges... De jongens werden in het zuiden vaak opgevangen in CRAB-companieën, waarbij de legerleiding , samen met de verantwoordelijken van de jeugdbewegingen de orders uit deelden.

De Franse overheid maakte van deze compagnieën ook gebruik voor de bouw van verstevigingen achter de frontlinie. Zo’n 20.000 jongeren werden als arbeiders ingezet en In juni 1940 kwamen deze jonge mannen terecht in het strijdgewoel aan de Seine en de Marne, waarop ze samen met  het ontredderde Franse leger het binnenland weer invluchtten. De meeste reservejongens  kwamen terecht in een voor hen volkomen nieuwe wereld.  Sommigen verveelden zich steendood in het zuiden, anderen warendan weer verbaasd over de andere ‘natuur’, of maakten van kortbij kennis met de zuiderlingen, de wijnboeren, de meisjes, het plattelandsleven. Maar de hitte,  het tekort aan hygiëne en gevarieerde voeding maakten dat velen regelmatig de ziekenboeg bezochten of ze hadden een aandoening opgelopen waar ze nog moeilijk vanaf geraakten; buikloop, zweren, TBC, dysenterie, ernstige zonnesteken ze  waren schering en inslag. Het Rode Kruis en de KLJ verzorgden de hulpposten en de schaarse contacten met het thuisfront.
De ergste miserie eindigde einde juli. Met de capitulatie mochten de mannen terugkeren naar België. Het land had zijn onafhankelijkheid verloren en voor de meesten was het opnieuw leren leven onder de nieuwe Duitse bezetter. Vele rekruten bleken vermist of opgegeven als krijgsgevangene naar Duitsland maar de meeste boerenzoons werkten in augustus al mee aan de nieuwe oogst.

Het boek is voor de freaken onder ons, voor zij die echt alles willen weten over deze oorlog. Het boek geeft een gedetailleerd beeld over het leven van deze jongemannen, in de rand van de oorlog. Achteraan het boek worden de hoofdpersonages systematisch voorgesteld: een farmaciestudent Antoon Ampe, een kleermaker; Geraert Baeten, een Scoutsjongen; Maurice Bouchez, een wever Gaston Busson, een student; een… Samen wel 35 getuigen, wiens verhalen werden samengebracht in het licht van de toenmalige oorlogspolitieke beslissingen. Een fraaie unieke geschiedschrijving over 4 maanden rekrutenreserve tijdens de laatste Belgische oorlog.

Het boek sloot mooi aan bij een stukje van m’n eigen familiegeschiedenis. Ook mijn grootvader ontvluchtte die maanden België. Met twee houten kruiwagens: één voor de bagage, één voor grootmoeder die slecht te been was en met drie jonge zonen die als ‘deserteur’ zouden benoemd worden. Ook zij  vertelden later over het oorlogsgeweld en ook zij  herinneren zich in Noord-Frankrijk een lieve en gastvrije boerenfamilie.
 
Koen Elsen
 

prijs: 
€ 24.99